donderdag 28 augustus 2008

Gedichtenwedstrijd

In mijn schrijversloopbaan heb ik me eigenlijk nog nooit gewaagd aan een gedicht. Ja, toen ik student was is er wel eens een keer of drie een gedicht uit mijn pen gevloeid, op momenten dat ik kampte met zulke sterke emoties dat ik ze echt niet meer binnen kon houden. Maar die werden veilig achter slot en grendel in een dagboek genoteerd en hebben het daglicht nooit gezien. En aangezien ik het dagboek kwijt ben, ben ik ook mijn gedichten kwijt.

Hoewel ik ook zelden of nooit gedichten lees, krijg ik dankzij mijn gewaardeerde collega Rob Baetens (foto), Vlaams jeugdauteur en bezield aanjager van de Anton van Wilderode gedichtenwedstrijd voor het basis- en voortgezet onderwijs, toch elk jaar mijn dosis gedichten voorgeschoteld. Anton van Wilderode was een Wase dichter die leefde van 1918 tot 1998 en die zich 10 jaar na zijn dood nog altijd mag verheugen in een enthousiaste schare aanhangers, verenigd in verschillende stichtingen en verenigingen.

Rob heeft mij een paar jaar geleden overgehaald te zetelen in de jury van de gedichtenwedstrijd, en in die jaren heb ik al enkele hele mooie vondsten zien passeren. Vooral de gedichten van de jongere kinderen zijn soms verrassend origineel en vrolijk - nog niet zo zwaar op de hand als die van pubers die kampen met onbeantwoorde liefde en wereldleed.

Aan de inzendingen kun je vaak zien of er op school aandacht besteed wordt aan poëzie. Als er weer een stapeltje voorbijkomt met 'De lente' of 'De natuur' dan weet je dat de leerkracht het zich gemakkelijk gemaakt heeft. Knap is het als de jonge dichter er dan toch iets aparts van weet te maken. Ook zie je al snel wie in de klas eigenlijk helemaal geen zin had om een gedicht te maken (schrijfsels in de trant van 'de lucht is blauw en ik hou van jou').

Ach, eigenlijk heb ik bij het beoordelen maar één criterium: het moet me raken. Maar geldt dat niet voor alle literatuur?

Reageren op dit bericht? Klik op 'reacties' hieronder.

woensdag 20 augustus 2008

Op stoom

Als je een verhaal gaat schrijven en er komt iets van geschiedenis in voor, dan doe je research. Dat kan zich beperken tot het opzoeken van een jaartal, maar het kan ook bestaan uit urenlang zoeken op allerlei websites, lezen van deskundige boeken ter zake, gesprekken met historici en bezoekjes aan musea, archeologische sites en gebouwen.

Als je een verhaal schrijft over de eerste trein in Nederland - in mijn geval het prentenboek 'De Vuurdraak' - dan verdiep je je dus in treinen. Nu is het een gelukje dat de stoomtrein nog niet tot zó'n grijs verleden behoort dat je de ervaring zelf niet meer kunt meemaken. De wagons van de stoomtreinen die nu nog rijden zullen wel iets comfortabeler zijn dan die van de allereerste treinen. Daarin zat in de tweede en derde klasse immers geen glas in de ramen - op sommige hele oude derdeklaswagons zat zelfs niet eens een dak.

Om goed op stoom te komen voor je verhaal, is zo'n ritje met een echte stoomtrein natuurlijk een must. En, zoals je op de foto's ziet, heb ik dat ook gedaan. Het was een hele belevenis. Ik ging zo dicht mogelijk bij de locomotief zitten om niks te missen van de stoomwolken (dat zou ik in de 19e eeuw misschien niet gedaan hebben, want dan kreeg je door die open ramen al dat roet in je gezicht).

Ik verbaasde me over het slakkengangetje en besefte dat de mensen 170 jaar geleden écht in een andere versnelling leefden: men vond de snelheid van 35 km per uur waarmee de trein reed vreselijk onverantwoord. Dokters beweerden zelfs dat wie een ritje met de trein waagde, risico liep op hersenletsel. Door de snelheid, wel te verstaan, niet door een of ander ongeluk, waar ze trouwens ook erg bang voor waren.

De eerste trein deed ruim een half uur over de rit van Amsterdam naar Haarlem, tegenwoordig duurt het (vanaf Amsterdam Centraal) een kwartiertje, met bovendien nog een tussenstop. Maar ja, vergelijk dat met de vier uur die de trekschuit erover deed, en je snapt dat de mensen een beetje huiverig stonden tegenover dat nieuwe, ijzeren, sissende en stomende monster.

Maar nou komt het: toen ik vorige week op de stoomtrein stapte, lag mijn boek al lang en breed bij de drukker. Tijdens het schrijven had ik geen enkele gelegenheid gevonden om mijn ideeën aan de praktijk te toetsen. Het ritje met de stoomtrein was, in het kader van research, dan ook absoluut mosterd na de maaltijd, vijgen na Pasen, totaal nutteloos.

Maar het was wél leuk!

Ook een ritje maken? Dat kan bijvoorbeeld met de Stoomtrein Goes-Borsele, de trein van het Nationaal Smalspoormuseum Valkenburg, met de S.T.A.R. Stadskanaal of de Stoomtrein Apeldoorn-Dieren.

Reageren op dit bericht? Klik op 'reacties' hieronder.

donderdag 14 augustus 2008

De canon komt...

Nog even en dan komen - eindelijk - de eerste boeken in de serie 'Terugblikken' uit, het project van Uitgeverij Delubas over de canon van Nederland. Mijn bijdrage tot die eerste reeks bestaat uit het leesboek 'De valse koopman' en het prentenboek 'De vuurdraak'.

Het moeten 10 prentenboeken en 50 leesboeken worden. De 10 prentenboeken en de eerste 10 leesboeken verschijnen in september, en het worden echt allemaal hartstikke mooie boekjes. Ik weet dat, want ik heb het geluk dat ik ze allemaal al in proef gezien heb. Ik heb namelijk van allemaal de eindredactie gedaan, behalve van die van mezelf, natuurlijk.

Het was prachtig om de serie langzaam maar zeker vorm te zien krijgen. Eerst de verhalen, toen de schetsen erbij, de uitgewerkte tekeningen, de foto's op de infopagina's, de vormgeving van de serie... ik ben er trots op dat ik aan deze serie mocht meewerken, niet alleen als auteur, maar ook als redacteur. De prentenboeken gaan elk over een tijdvak van de canon. De verhalen in de eerste serie leesboeken spelen zich af tegen de achtergrond of in de tijd van tien onderwerpen uit de canon (de 'vensters'): de hunebedbouwers, de Romeinen, Karel de Grote, de Hanze, de Atlas Major, Rembrandt, de patriotten, de jodenvervolging, Vincent van Gogh en Annie M.G. Schmidt. Tien auteurs, tien illustratoren, tien verhalen.

Het boek waar ik vorige keer nog op zat te zwoegen (het is intussen af!), over de watersnood, komt uit in de tweede serie van tien. Net als een verhaal over Willem van Oranje en de Beemster. Meer weet ik nog niet. Maar ik kijk er nu al naar uit!

Binnenkort meer info op Uitgeverij Delubas.

Reageren op dit bericht? Klik op 'reacties' hieronder.