vrijdag 16 april 2010

Koffer

Voor wie zich afvraagt wat voor ding dat is op het plaatje; wel, dat is mijn nieuwe lezingenkoffer. Als ik naar een school of bibliotheek ga zeul ik meestal een stapel boeken, een map met beeldmateriaal, boekenleggers, posters en meer van dat spul mee (ja, ook als er in de klas een digitaal schoolbord is, want je weet maar nooit of zo'n ding kapot is...).

Die spullen sleep ik achter me aan in een soort van boodschappentrolley die een paar jaar geleden onderdeel was van een kerstpakket. Lekker goedkoop en handig. Het ding leek solide genoeg, maar bleek toch niet bestand tegen het gewicht van mijn almaar groeiende boekenpakket. De pootjes onder bij de wieltjes, waardoor het ding rechtop kon blijven staan, braken al snel af, en zelfs lijmen met de allersterkste Bisonlijm hielp niet. Zodra ik hem rechtzet, zakt mijn boodschappentrolley scheef als een zieke eend.

Een hele poos geleden wandelde ik in Sluis voorbij een tassenwinkel. En daar stond hij: trendy, hip, apart, roze met witte bollen. Zou dát geen leuke nieuwe lezingenkoffer zijn? Toch kocht ik hem niet. Vond hem misschien wel iets té trendy voor mij. Stom, want een tijdje later was hij weg.

Maar ik kwam hem opnieuw tegen, in Mechelen, vorige week. En toen heb ik niet langer geaarzeld. En dus, als je mij vanaf nu met een roze bollenkoffer ziet zeulen, dan ben ik op weg naar een lezing. Hoewel, misschien kan hij ook wel mee op vakantie. Opvallen doet hij in elk geval wel op de bagageband!

Reageren op dit bericht? Klik op 'reacties' hieronder.

vrijdag 9 april 2010

Mechelen

Dat de regering van ons land in Den Haag zetelt, dat is wel ongeveer bij iedereen bekend. Maar wie weet welke stad zo tussen 1500 en 1530 het bestuurlijk centrum van de Nederlanden was?
Den Haag? Amsterdam? Antwerpen? Brussel?
Mis.
Het was Mechelen.
Pardon?
Jawel, Mechelen. Tegenwoordig een vriendelijke, middelgrote stad in het Antwerpse, maar aan het begin van de zestiende eeuw het absolute middelpunt van bestuur, cultuur en rechtspraak. Het hof van de landvoogdes was in Mechelen, en de Grote Raad, het hoogste gerechtshof in de Nederlanden, zetelde in Mechelen.

Die landvoogdes was Margaretha van Oostenrijk, de tante van de latere keizer Karel V. Karel werd samen met zijn zusjes door haar opgevoed.

En dat is dan weer interessant voor mij, want het volgende deel dat ik ga schrijven in de historische leesreeks Terugblikken gaat over Karel V en ik ga het verhaal situeren in het Mechelen van rond 1512, als Karel een jaar of 12 is, dus. Hij was toen nog geen keizer, maar wel al heer der Nederlanden.

Een bezoek aan Mechelen was dus onvermijdelijk. Ik was er al geweest, in januari, en toen was het weer zo slecht dat ik bijna besloot om mijn verhaal over Karel zich dan maar in Spanje af te laten spelen. Maar deze week scheen de zon, en het was heerlijk om door de straten te dwalen en de sfeer van de middeleeuwse stad op te snuiven. De verleiding was groot om na de verkenningstocht op een terras in de zon te gaan zitten in plaats van in het archief...

Maar ik was sterk... en ik vond het aan de andere kant dan ook wel weer leuk om een paar documenten uit de vijftiende eeuw 'in het echt' te mogen bekijken. Al kon ik er geen fluit van lezen, want de inkt was vervaagd en het handschrift niet al te duidelijk.

Toch was ik er wel even stil van: ik had iets in handen wat meer dan vijfhonderd jaar geleden door iemand was opgeschreven. En ineens vroeg ik me af: Zou iemand over vijfhonderd jaar mijn boekje over Karel V in een archief opvragen?

Reageren op dit bericht? Klik op 'reacties' hieronder.

vrijdag 2 april 2010

Fietstas


Vorige week was ik op bezoek bij het derde leerjaar van de basisschool Oude Bareel in Sint-Amandsberg. De boeken van Z.E.S. stonden centraal, en de leerlingen waren erg benieuwd naar waar deel vijf over zal gaan.

Ik vertelde dat ik nog volop bezig ben met het bedenken van het verhaal, maar dat ik al wel een begin heb. Het komt erop neer dat er een fiets gevonden wordt met een fietstas eraan waarin iets geheimzinnigs zit. Maar wat precies, dat moet ik nog bedenken.
Ik vroeg of de klas misschien ideeën had. En ja, daar kwamen ze:

Liefdesbrieven! Dagboeken! Kranten! Foto's! Geweren! enz...
Iemand suggereerde dat de fiets kon vliegen. Of dat je, als je hem aanraakte, mee de grond in gezogen werd. Of dat de fiets veranderde in een buitenaards wezen... hoe langer we bezig bleven, hoe gekker het werd.

En uit al die gekke, goede, vreemde, waanzinnige ideeën moet ik er een halen waarmee ik een boek kan schrijven dat én leuk, én spannend én geloofwaardig is.

Ik heb nog veel werk, geloof ik.

Reageren op dit bericht? Klik op 'reacties' hieronder.